© 2010 - fouten voorbehouden - De Hobbyist |

|
Via Torremolinos reden we in twee dagen naar Algeciras waar we voor f 61,- tickets kochten voor de overtocht naar Ceuta. Het weer was al de hele reis prachtig. Dagelijks moesten we al snel 'dichte' kleding aantrekken i.v.m. verbranding. Toen we in Ceuta van de boot afreden, zochten we ons verrot naar de douane. Na enkele kilometers kregen we het toch wel benauwd, nu zaten we in Marokko zonder stempels in onze paspoorten en als we het land uit wilden kregen we natuurlijk het gesodemieter. Dus omkeren naar het schip. Toen ik bij een tankstation wilde betalen met Marokkaans geld, kwam de oplossing voor ons probleem: Ceuta is nog Spaans! Met het schaamrood op onze kaken en de gedachte dat we toch beter op hadden moeten letten tijdens de aardrijkskundelessen, reden we naar de tien km verder gelegen grens. Hiervoor hadden we nogal wat angst omdat we in onze paspoorten een visum voor Algerije hadden. Vanwege de onderlinge meningsverschillen tussen beide landen bestond volgens de ANWB de mogelijkheid dat we Marokko niet binnengelaten zouden worden. Niets leverde echter problemen op en na dik een uur hadden we alle formaliteiten en de grensovergangen achter onze rug.
|
|
Toen we Tetouan binnenreden, vertelde een jongen op een bromfiets ons dat daar die dag de maandelijkse markt gehouden werd. Hij zou ons wel even rondleiden. Hij bracht ons naar een garage en zwoor ons dat de motor daar absoluut veilig zou staan. Hij zou als beloning alleen een kop koffie met ons willen drinken. Hij leidde ons door de hele stad, waarbij vooral de 'casbah', dit is het oudste gedeelte van de stad, onze aandacht had. Ook bracht hij ons naar de winkel van de kunstschool van Tetouan. Op deze school leert men o.a. tapijten weven c.q. knopen. De winkel was alleen open op de marktdag, wat de hele maand was gemaakt, werd dan verkocht, wat niet verkocht werd ging naar de handelaren. Onder het genot van een glas Marokkaanse mintthee, die vreemd uitziet met een bosje groene bladeren, maar heerlijk smaakt toonde men ons de collectie. Een zijden tapijt van 2 bij 3 meter beviel ons wel en voorzichtig informeerde ik naar de prijs. Na zeker een kwartier handelen en veel toneelspelen en zuchten door zowel de verkoper als door mij wist ik de prijs van f 810,- tot t 300, te brengen, wat het volgens kenners in Nederland dik waard is. Het is nog gratis door hen naar Nederland gestuurd ook. Ondertussen hadden we toch wel wat zenuwen gekregen omtrent de motor met al onze spullen en we verzochten onze gids ons terug te brengen. De motor stond onaangeroerd en toen ik onze gids 10 dirham (ƒ 4,50) gaf, wilde hij daarvan ook de garage nog betalen. Dit heb ik echter zelf gedaan.
|
Die nacht hebben we overnacht in hotel Espana in Larache. Schone bedden en stromend water voor f 5,5O per persoon. Daar kun je je tent niet voor opbouwen. Deze stad vonden we zeer gezellig en goedkoop. De volgende dag zijn we via Meknes en Missour naar Midelt gereden. In Missour, waar we eigenlijk terechtkwamen omdat we een verkeerde route hadden gekozen, waren we de bezienswaardigheid van het jaar. Toen we bij de smid iets lieten vastlassen stond het hele dorp met open mond naar ons en ons vreemde vervoermiddel te kijken. De smid was apetrots dat we bij hem iets lieten maken en sloofde zich enorm uit. We mochten zelf bepalen wat we wilden betalen. Op weg naar Midelt zagen we in het schemerdonker een gestalte van een heuvel afkomen. Deze man was naar schatting 2.20m groot, gekleed in een lang wit gewaad en droeg over zijn schouders een enorme zeis. Magere Hein kan absoluut niet anders uitzien. We zijn niet eens gestopt om een foto te maken. Toen we de volgende dag weer op pad waren, troffen we twee Duitsers met een MZ zijspancombinatie die ons het advies gaven naar de Source Bleu van Meski te rijden. Deze oase heeft een natuurzwembad met constant doorstromend (koud) water. Je zet je tent voor zes gulden per nacht onder de palmbomen en neemt een heerlijk verfrissende duik in het water. Daar zag ik ook de volste bus die ik ooit gezien heb. Hoewel ik het voor onmogelijk hield dat nog Iemand erbij kon, werden bij de halte nog twee mensen erbij gepropt terwijl anderen de deur probeerden dicht te duwen wat uiteindelijk nog lukte ook. Ik begrijp nu wel waarom zo weinig vrouwen met de bus meegaan in die landen. De volgende morgen ontbeten we onderweg naar de Algerijnse grens bij Figuig In een klein dorpje waar we vergast werden op het voor onze neuzen slachten van een paar kippen door een klein jongetje. Deze had die morgen waarschijnlijk van zijn vader gezien hoe deze een schaap slachtte t.b.v. het islamitisch slachtfeest die dag, en sneed genoemde kippen uiterst langzaam de keel door. Je moet klein beginnen nietwaar? Bij de Marokkaanse grens vroeg de douanebeambte of ik een kaart had. Uiteraard had ik die en wel de bijna niet meer te krijgen Michelin 153 van Noord- en Midden-Afrika. Toen de grapjas zag dat hierop 'Sahara Espagnol' stond, verklaarde hij de kaart in beslag te nemen. Er had Sahara Marocaine' moeten staan. Pas toen ik verteld had een collega te zijn en dat ik de kaart absoluut nodig had voor de rest van de vakantie, stemde hij erin toe om 'Espagnol' door te strepen en er 'Marocaine' voor in de plaats te schrijven.
|
Els voelde zich inmiddels niet zo lekker en ging bij de Marokkaanse politie de eerste keer over de nek. Aan de Algerijnse kant herhaalde dit zich nog enkele keren. Bij binnenkomst in Algerije bleek dat sedert april 1982 een verplicht bedrag van 1000 dinar per persoon bij de inreis moet worden omgewisseld en wel tegen de zeer ongunstige koers van 61 cent per dinar. In Nederland had Els enkele dinars gekocht voor 21 ct. per stuk. We waren dus in een klap 1200 piek kwijt. Alleen studenten en diplomaten waren hiervan uitgezonderd. Door de douane werden we naar een ziekenhuis gebracht omdat Els ondertussen van ellende niet meer wist waar ze lopen moest. Hier kreeg Els meteen 6 flessen infuus en mocht de volgende drie dagen daar blijven.
|
volgende pagina >>
|
|
 |