Online B2B Groothandel Afleverschema

Hoe het begon

Hoe het begon?

 

kop

 

Het was 1982. Els en Kaspar (resp. bouwjaren 1959 en 1956), beiden enthousiaste motorrijders, besloten om met een BMW met zijspan een reis door Noord-Afrika te maken. Om midden in de woestijn niet voor verrassingen te staan, werd er een BMW /5 gesloopt voor reserve-onderdelen. Het enige onderdeel wat nodig bleek, was een carter pan. Het oorspronkelijke exemplaar sneuvelde bij het iets te enthousiast nemen van een zandheuvel.... Overigens maakte Kaspar hiervan voor het blad "Motor" een impressie die werd gepubliceerd in de nummers 15 en 18 van 1983. Het begon met het lezen van een artikel in Motor over de Globetrotterzentrale Tesch bij Aken in Duitsland. Daar we toevallig dat weekend daar vlak in de buurt moesten zijn, besloten we daar eens een kijkje te gaan nemen. We zijn: Els en Kaspar Mulkens, 23 en 26 jaar oud, bankemployé en wachtmeester der rijkspolitie eerste klasse (Porsche groep) en sinds kort wonende in Grathem in het zuiden des lands. In de kleine, gezellige winkel van Bernd Tesch waren we al gauw met de eigenaar in gesprek over motorreizen naar Afrika. Tijdens dit gesprek zag ik dat de ogen van Els op een speciale manier begonnen te glanzen, hetgeen voor mij normaal gesproken een ernstige waarschuwing is dat zij haar zinnen op iets speciaals gezet heeft. En ja hoor, op de terugreis werd heel voorzichtig geïnformeerd of dat niets voor ons was, volgens Tesch was het immers te doen om op een gewone motorfiets tot het zuiden van Algerije te rijden. Gezien de kans op valpartijen en vanwege de armoede in Afrika zag ik er toch wel tegenop om met onze vrij nieuwe B.M.W .'s R100RT en de R60/7 met R.S.-kuip van Els zo'n tocht te ondernemen. Na rijp beraad besloten we enkele weken later, met een zijspancombinatie te gaan. Ik had nog een Jupiter zijspan met een hulpframe voor een B.M.W. R5 model en een R90/6 blok zodat besloten werd een advertentie in Motor te plaatsen waarin een B.M.W. R5 model gevraagd werd, waar het blok van kapot mocht zijn. Uiteindelijk werd in Nijmegen een R50/5 met krukasschade gekocht voor ƒ 650,--, inclusief toerscherm, tanktas en Krauser-koffers. Voor mij geen slechte deal dus. Gedurende de volgende maanden werd vrijwel iedere vrije minuut besteed aan de reisvoorbereiding. Het 900 cc blok, dat al 110.000km achter de lagers had, werd voorzien van nieuwe zuigers, kleppen en dikkere voetpakkingen voor het rijden op normaal-benzine en ook de R50/5 werd onderhanden genomen: zwaardere voorvorkveren, White Power achtervering, het zijspan werd gemonteerd evenals een oud Heinrich-scherm en dito beenschilden. Uiteindelijk stond voor ons een qua uiterlijk afzichtelijke combinatie met zeven verschillende kleuren, die technisch echter in optimale conditie was. Twee weken voor ons vertrek werd nog een proefrit naar Italië gemaakt die vlekkeloos verliep. Wel werden nog een olie-koeler, olietemperatuurmeter en oliedrukmeter gemonteerd die ons gratis ter beschikking werden gesteld door onze dealer Theo Luyten uit Gulpen. Van Theo kregen we verder nog een groot aantal reserve-onderdelen mee met de afspraak: Wat je onderweg nodig hebt betaal je als je terugkomt, de rest geef je terug. Mooier kon het natuurlijk niet, Theo bedankt! Wat ons zelf betrof werden inentingen gehaald tegen gele koorts, geelzucht, cholera en tyfus en kregen we tabletten mee tegen o.a. malaria en diarree.

Tevens zorgden we voor een bankgarantie, zodat we in het buitenland konden aantonen over de nodige reserves te beschikken en werd de A.N.W.B. ingelicht over ons reisplan en werden hiermee afspraken gemaakt wat te doen bij eventuele pech in de landen waar de Internationale Reis- en kredietbrief geldig was. Dat een reisverzekering werd afgesloten is vanzelfsprekend. Op 18 september was het dan eindelijk zover. Onder zonnige weersomstandigheden reden we naar een motortreffen nabij het Duitse Kempten. Hier werden we door de meeste deelnemers wat vreemd bekeken: twee volle Krausers, een 65 liter Wema topkoffer, het zijspan volgeladen en ook nog een groot pak achterop het zijspan gestouwd. Het reservewiel en de reservebanden deed enkele snuggeren vermoeden, dat het treffen niet ons einddoel was. Ons verhaal dat we tot Niger wilden, deed enkele enthousiast, anderen sceptisch kijken. Dat sceptische waren we al gewend, vooral van de zijde van beider families. die het eigenlijk toch maar niets vonden, dat we met zijn tweetjes naar het land van kannibalen en vrouwenverkrachters gingen, nog afgezien van het feit dat we nooit door de Sahara konden komen. Dus hier trokken we ons verder maar niets van aan. De volgende dag reden we naar de president van de H. D. en Indian-club Zwitserland, die we kennen van onze Harley-tijd en die het ons als een der weinige Harley rijders vergeven kan, dat we dit merk in ballingschap hebben gegeven. Als altijd was de ontvangst door Bruno en Angie hartelijk en werden de bedden gereed gebracht. De volgende dag voor het vertrek werd e.e.a. nog snel gecontroleerd, waarbij bleek dat een zijspanwiellager het begeven had. Door Bruno werden beide lagers nog even vervangen, waarna we via Lyon over de Route National naar Barcelona reden in twee dagen. In Italië hadden we enkele leden van een motorclub uit Barcelona ontmoet die ons uitgenodigd hadden in hun clublokaal te overnachten. Dit was altijd open. Na in Barcelona lange tijd naar het adres gezocht te hebben, kwamen we bij het clublokaal terecht voor een gesloten deur. Enigszins uit onze hum hebben we toen maar een camping opgezocht waar we in het donker onze tent op moesten zetten. De rit de volgende dag naar Alicante via de kustweg was geweldig qua natuurschoon en bochtenwerk. De enige die het er niet mee eens was dat alles binnendoor gereden werd, was de achterband, die in Alicante zo kaal was, dat het canvas al zichtbaar was. Van thuis had ik al twee Continental Super-twin achterbanden meegenomen, die eerst op onze solo-motoren waren gemonteerd, maar daarop zo slecht waren bevallen dat ik ze maar tot zijspanbanden had gedegradeerd. Gezien het sterke slijten had ik in Frankrijk nog maar een band gekocht. Op de camping kwam een Duitser naar ons toe die zich voorstelde als' Einrad-Sepp'. Deze 44-lange vrijbuiter verdient al 10 jaar zijn kost door het reclame-rijden op een een-wiel fiets. Dit jaar was hij naar de wereldkampioenschappen voetbal in Spanje gefietst. Men had hem nu echter zijn fiets en papieren gestolen en hij wachtte op nieuwe papieren van het consulaat. Zijn manier van vertellen was zo geestig, dat toen hij om wat geld vroeg, ik hem 1000 peseta’s (ƒ 25,-) gaf. Hij zou ons 'irgendwan mal' bezoeken of iets sturen, We zijn benieuwd.

 

Via Torremolinos reden we in twee dagen naar Algeciras waar we voor f 61,- tickets kochten voor de overtocht naar Ceuta. Het weer was al de hele reis prachtig. Dagelijks moesten we al snel 'dichte' kleding aantrekken i.v.m. verbranding. Toen we in Ceuta van de boot afreden, zochten we ons verrot naar de douane. Na enkele kilometers kregen we het toch wel benauwd, nu zaten we in Marokko zonder stempels in onze paspoorten en als we het land uit wilden kregen we natuurlijk het gesodemieter. Dus omkeren naar het schip. Toen ik bij een tankstation wilde betalen met Marokkaans geld, kwam de oplossing voor ons probleem: Ceuta is nog Spaans! Met het schaamrood op onze kaken en de gedachte dat we toch beter op hadden moeten letten tijdens de aardrijkskundelessen, reden we naar de tien km verder gelegen grens. Hiervoor hadden we nogal wat angst omdat we in onze paspoorten een visum voor Algerije hadden. Vanwege de onderlinge meningsverschillen tussen beide landen bestond volgens de ANWB de mogelijkheid dat we Marokko niet binnengelaten zouden worden. Niets leverde echter problemen op en na dik een uur hadden we alle formaliteiten en de grensovergangen achter onze rug.

 

2

3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen we Tetouan binnenreden, vertelde een jongen op een bromfiets ons dat daar die dag de maandelijkse markt gehouden werd. Hij zou ons wel even rondleiden. Hij bracht ons naar een garage en zwoor ons dat de motor daar absoluut veilig zou staan. Hij zou als beloning alleen een kop koffie met ons willen drinken. Hij leidde ons door de hele stad, waarbij vooral de 'kashba', dit is het oudste gedeelte van de stad, onze aandacht had. Ook bracht hij ons naar de winkel van de kunstschool van Tetouan. Op deze school leert men o.a. tapijten weven c.q. knopen. De winkel was alleen open op de marktdag, wat de hele maand was gemaakt, werd dan verkocht, wat niet verkocht werd ging naar de handelaren. Onder het genot van een glas Marokkaanse muntthee, die vreemd uitziet met een bosje groene bladeren, maar heerlijk smaakt toonde men ons de collectie. Een zijden tapijt van 2 bij 3 meter beviel ons wel en voorzichtig informeerde ik naar de prijs. Na zeker een kwartier handelen en veel toneelspelen en zuchten door zowel de verkoper als door mij wist ik de prijs van ƒ 810,- tot ƒ 300, te brengen, wat het volgens kenners in Nederland dik waard is. Het is nog gratis door hen naar Nederland gestuurd ook. Ondertussen hadden we toch wel wat zenuwen gekregen omtrent de motor met al onze spullen en we verzochten onze gids ons terug te brengen. De motor stond onaangeroerd en toen ik onze gids 10 dirham ( ƒ 4,50) gaf, wilde hij daarvan ook de garage nog betalen. Dit heb ik echter zelf gedaan. Die nacht hebben we overnacht in hotel Espana in Larache. Schone bedden en stromend water voor ƒ 5,5O per persoon. Daar kun je je tent niet voor opbouwen. Deze stad vonden we zeer gezellig en goedkoop. De volgende dag zijn we via Meknes en Missour naar Midelt gereden. In Missour, waar we eigenlijk terechtkwamen omdat we een verkeerde route hadden gekozen, waren we de bezienswaardigheid van het jaar. Toen we bij de smid iets lieten vastlassen stond het hele dorp met open mond naar ons en ons vreemde vervoermiddel te kijken. De smid was apetrots dat we bij hem iets lieten maken en sloofde zich enorm uit. We mochten zelf bepalen wat we wilden betalen. Op weg naar Midelt zagen we in het schemerdonker een gestalte van een heuvel afkomen. Deze man was naar schatting 2.20m groot, gekleed in een lang wit gewaad en droeg over zijn schouders een enorme zeis. Magere Hein kan absoluut niet anders uitzien. We zijn niet eens gestopt om een foto te maken. Toen we de volgende dag weer op pad waren, troffen we twee Duitsers met een MZ zijspancombinatie die ons het advies gaven naar de Source Bleu van Meski te rijden. Deze oase heeft een natuurzwembad met constant doorstromend (koud) water. Je zet je tent voor zes gulden per nacht onder de palmbomen en neemt een heerlijk verfrissende duik in het water. Daar zag ik ook de volste bus die ik ooit gezien heb. Hoewel ik het voor onmogelijk hield dat nog Iemand erbij kon, werden bij de halte nog twee mensen erbij gepropt terwijl anderen de deur probeerden dicht te duwen wat uiteindelijk nog lukte ook. Ik begrijp nu wel waarom zo weinig vrouwen met de bus meegaan in die landen. De volgende morgen ontbeten we onderweg naar de Algerijnse grens bij Figuig In een klein dorpje waar we vergast werden op het voor onze neuzen slachten van een paar kippen door een klein jongetje. Deze had die morgen waarschijnlijk van zijn vader gezien hoe deze een schaap slachtte t.b.v. het islamitisch slachtfeest die dag, en sneed genoemde kippen uiterst langzaam de keel door. Je moet klein beginnen nietwaar? Bij de Marokkaanse grens vroeg de douanebeambte of ik een kaart had. Uiteraard had ik die en wel de bijna niet meer te krijgen Michelin 153 van Noord- en Midden-Afrika. Toen de grapjas zag dat hierop 'Sahara Espagnol' stond, verklaarde hij de kaart in beslag te nemen. Er had Sahara Marocain' moeten staan. Pas toen ik verteld had een collega te zijn en dat ik de kaart absoluut nodig had voor de rest van de vakantie, stemde hij erin toe om 'Espagnol' door te strepen en er 'Marocain' voor in de plaats te schrijven. Els voelde zich inmiddels niet zo lekker en ging bij de Marokkaanse politie de eerste keer over de nek. Aan de Algerijnse kant herhaalde dit zich nog enkele keren. Bij binnenkomst in Algerije bleek dat sedert april 1982 een verplicht bedrag van 1000 dinar per persoon bij de inreis moet worden omgewisseld en wel tegen de zeer ongunstige koers van 61 cent per dinar. In Nederland had Els enkele dinars gekocht voor 21 ct. per stuk. We waren dus in een klap 1200 piek kwijt. Alleen studenten en diplomaten waren hiervan uitgezonderd. Door de douane werden we naar een ziekenhuis gebracht omdat Els ondertussen van ellende niet meer wist waar ze lopen moest. Hier kreeg Els meteen 6 flessen infuus en mocht de volgende drie dagen daar blijven.

Op mijn vraag waar ik kon slapen werd op het bed naast dat van Els gewezen. Het ziekenhuis was het vuilste wat we ooit gezien hebben, overal lag vuil en stof, de toiletten konden niet doorgespoeld worden, er hing een stank om onpasselijk van te worden, als je wilde douchen moest je boven het toilet (een gat in de grond) gaan staan en kreeg je een emmer water met een blikje, maar daarom waren de mensen wel hartverwarmend vriendelijk. iedereen bracht ons wel wat te eten: couscous, rijst, eieren, schapenvlees, limonade enz., waarbij in het geheel geen rekening gehouden werd met de diarree van Els maar dat gaf niets, de bedoelingen waren goed. Deze dagen bracht ik door met de motor na te kijken en o.a. olie te verversen. We hadden bijna 5.000 km tot dan gereden dus dat kon ondertussen wel. Nadat Els uit het ziekenhuis was ontslagen, zijn we nog drie dagen in een hotel gebleven om haar een beetje te laten uitzieken. in het ziekenhuis hadden we een man ontmoet die ons had uitgenodigd om hem te bezoeken in het 260 km verder gelegen Beni-Abbes, waar hij in een hotel werkte. Dit deden we en Mohammed, zo heette onze vriend, liet ons de hele stad zien, waaronder een museum, een dierentuin, de palmerie en een natuurzwembad, waar we heerlijk in gezwommen hebben. Door Mohammed werd de hotelrekening geregeld.

Het is bijna onbegrijpelijk hoe gastvrij deze mensen zijn. In het hotel maakten we ook kennis met Tom Shepperd, een 49-jarige Engelsman die een leidende functie heeft bij de grootste Engelse vliegtuigfabriek. Tom is helemaal woestijngek en trekt al 22 jaar, ieder jaar door een stuk woestijn. Hij sleepte een enorme foto-uitrusting met zich mee en vertelde ons daar ook nog een leuke cent mee te verdienen want er zijn kennelijk niet veel goede woestijnfotografen. Hierna trokken we verder naar Timimoen, ook een prachtig gelegen oase in de woestijn Grand Erg Occidental. Ongeveer 10 kilometer voor deze plaats stond een neger langs de kant van de weg en beduidde ons te stoppen. Nu is het de ongeschreven wet van de woestijn om dan ook te stoppen. Hieraan houdt iedereen zich, als we eens langs de weg stonden te rusten en er kwam toevallig iemand langs, dan stopte hij meteen om te vragen of alles goed was. De neger vroeg ons of hij mee naar Timimoen mocht rijden, daarbij wijzende op de enige vrije plek van de combinatie; het spatbord van het zijspan. Nu zijn de Russen qua stevigheid van hun producten niet kinderachtig dus ik zei dat dat best kon. Nu had onze lifter kennelijk ooit iets gehoord over de vrije mentaliteit van de Europese vrouw, want na drie kilometer zag ik dat Els zijn hand vastpakte en deze van haar lichaam verwijderde. Op mijn vraag wat er was, zei zij dat hij geprobeerd had haar borsten te betasten. Enfin, meneer heeft een lift gehad van totaal 3 kilometer en 100 meter en mag van geluk spreken dat hij harder kon lopen dan mij. Na overnacht te hebben in Timimoen reden we verder naar Adrar, waar we in een prachtig hotel met zwembad terechtkwamen. Het zwembad bracht heerlijke verkoeling want het was bloedheet daar. De volgende dag wilden we verder naar In Salah, de heetste stad van Algerije. Het zou zelfs een van de warmste plaatsen ter wereld zijn, hetgeen ik onvoorwaardelijk geloof. Van Adrar naar Reggane was een prachtige geasfalteerde weg. Tot dan toe mochten we sowieso niet klagen over de toestand van de wegen, de afgelegde weg was met elke toermotor te doen geweest. In Reggane begon echter de piste. Deze bestond uit hele stukken stenen afgewisseld door stukken zand of door het beruchte wasbord. Nu had men ons van te voren verteld dat ik over dit wasbord moest rijden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur omdat ik dan over de toppen zou blijven rijden. Of het door het zijspan komt weet ik niet, maar bij mij klopte daar in ieder geval niets van. of ik nu 40 of 100 reed, het schudden kende geen einde. Na ongeveer 2 kilometer zaten we voor de eerste keer muurvast in het zand. Er zouden nog vele keren volgen.

 

4a

Bij deze eerste keer hebben we de gewone band vervangen door een noppenachterband, wat daar in het zand nog een heel karwei was. Toen we hiermee klaar waren, legden we enkele matten onder het achterwiel en probeerden verder te komen. Ik duwen, Els duwen, de motor ondertussen laten lopen en dan maar hopen. Els dacht achter de motor te kunnen duwen, wat haar een fantastische zanddouche opleverde. Maar gelukkig, we kwamen weg. Op de volgende 100 km piste, waar we 8 1/2 uur over deden, hadden we 10 keer pech aan de motor omdat of de carburateurs of het luchtfilter verstopten of omdat de contactpunten verzandden als we weer eens met bruut geweld door een zanderig stuk woelden en ploegden. Dit betekende telkens oliekoeler en deksel demonteren, contactpunten schoonmaken, oliekoeler en deksel weer monteren. Op een gegeven moment reden we vrij hard door het zand, dit om vastzitten te voorkomen in plekken mul zand, toen we over een zandheuvel reden. Achter deze zandheuvel kwam een klein dal, zodat we met de hele combinatie door de lucht vlogen. Bij de 'landing' kwamen we terecht op enkele rotsen, wat het einde betekende voor de carter pan en de voorvork. In de carter pan zat een gat zo groot als een vuist, terwijl van de voorvorkpoten een keerring was weggeslagen. ik had gelukkig een reserve carter pan bij me, alleen maar n liter reserve olie. Het geluk is met de dommen zegt men wel eens, in ieder geval stopte een toevallig langskomende Nigeriaanse vrachtwagen. Nadat de chauffeur zich er van vergewist had dat ik werkelijk olie nodig had, gaf hij me gratis vier liter olie in plaats van de door mij gevraagde liter. Ook kregen we water, wat we zeer goed konden gebruiken want wij hadden de dag al ongeveer 16 liter gebruikt en hadden nog maar enkele liters. Dat de mensen daar veel gemoedelijker zijn dan bij ons bleek uit het feit dat twee houtblokken uit de vrachtauto werden gehaald met enkele theepotjes. Met zeer veel ceremonieel vertoon werd thee gezet en zodoende zaten we even later in de Sahara thee te drinken. Met de aanstekers die we de chauffeurs gaven waren ze erg blij en allemaal hebben we tevreden onze weg vervolgd. Net voor het vallen van de duisternis stak een zandwind op (zandstorm wil ik het niet noemen). Dit Is bepaald een zeer angstaanjagende gebeurtenis als je met een motor bent. Je ziet niets meer en ook het ademen ging ondanks opgezette spuitmaskers niet meer zo best. Toen de motor het toen ook nog vertikte stond ons het huilen nader dan het lachen. Dit duurde gelukkig niet lang en na reparatie reden we nog een klein stukje toen we enkele Duitsers troffen met een Mercedes terreinwagen en een Volkswagen-busje die net hun kampement hadden opgeslagen. We hebben meteen ons tentje ernaast gezet. Van alle doorgestane ellende en van vermoeidheid kregen we geen hap door onze keel. We konden alleen nog maar drinken en nog eens drinken. De volgende morgen heb ik de contactpunten vervangen en de ontsteking gesteld. De Duitsers vertelden ons dat de laatste 50 kilometers voor In Salah zeer zwaar waren en dat zelfs de Mercedes met zijn vier aangedreven wielen enkele malen vast had gezeten. Overwegende dat wij maar n aangedreven wiel hadden en een zwaar zijspan, besloten we met hen terug te rijden naar Reggane. Deze lieden hadden een Duits boek met een exacte beschrijving van alle pistes. Op deze manier wisten zij de moeilijke stukken te omzeilen en deden we over het stuk waar ik de vorige dag 8 1/2 uur over gedaan had nog maar 3 uur. Ik ben in tijden niet meer zo blij geweest als toen ik in Reggane de verharde weg weer zag. De motor had het gedurende deze twee dagen zeer zwaar te verduren gehad. Bij het schoonmaken de volgende dag, waar ik 9 uur mee bezig ben geweest, heb ik massa's zand uit motorblok, carburateurs en zijspan gehaald. Verder maakt het versnellingsbaklager een afschuwelijk geluid en zijn de vering en schokbrekers van motor en het zijspan ver hemelen. Bij het schoonmaken van de motor bleek ook weer eens dat de mentaliteit van de Arabieren heel anders is dan de onze.

 

4

Het is voor deze mensen onbegrijpelijk dat iemand een hele dag aan zijn motor blijft werken, zelfs als de zon alles wegbrandt. De een na de ander kwam me vertellen dat morgen ook nog een dag kwam. Ook monteerde Ik hier weer een gewone band en verving ik de SAE 40 olie die ik van de vrachtwagenchauffeur had gekregen door 20W50. Ik had namelijk een oliedruk van 4 bij SAE 40 en van 6 bij 20W50. De olietemperatuur kon ik niet meer aflezen, omdat bij de 'landing' ook de olietemperatuurgever gesneuveld was. Die avond kookten we ons laatste eten uit Nederland. Het eten is in Algerije is enorm duur. Zo betaalden we eens voor een avondeten f100,-. We hebben toen maar geen toetje genomen. Na deze rustdagen zijn we via Timimoen en El Golea naar In Salah gereden, ditmaal via een goed te berijden asfaltweg. In In Salah is een dure camping met geen faciliteiten. Ook vanwege de enorme hitte zijn we hier maar n dag gebleven. Van In Salah naar Tamanrasset zijn 700 km zeer slechte weg. Met de piste nog vers in ons geheugen, wilden we ons en vooral de motor deze kwelling besparen en besloten we weer noordwaarts te gaan. Via El Golea kwamen we in Ghardaia, waar het alweer stukken kouder was. Wel was in deze stad weer heel wat te krijgen. Men zag weer winkels en we kochten zelfs een stuk cake bij een bakkertje. Dat was smullen na het zanderige brood in het zuiden. Overigens begon Algerije ons wel wat te vervelen. Niet vanwege de bevolking, want deze is werkelijk fantastisch, zoals overigens in alle Noord-Afrikaanse landen. Van alle verhalen over bedelen en lastig gevallen worden is volgens ons 90% overdreven. Natuurlijk hadden wij ook wel eens een groep kinderen die om een dinar of een balpen vroegen, maar als ik even boos keek, waren ze zo verdwenen. Misschien was ik ze wel te breed (klinkt leuker dan te dik). Ze gaan waarschijnlijk van het standpunt uit: als je niets vraagt, krijg je ook niets. Nee, wat ons zo tegenviel zijn de prijzen. Door de officiële koers is een vakantie in Algerije onbetaalbaar. Er Is weliswaar een zwarte markt maar dan moet je wel buitenlands geld binnen smokkelen. Bij binnenkomst in Algerije moetje opgeven hoeveel geld je bij je hebt. Bij het verlaten van het land moet je dit geld nog hebben of briefjes van de bank, dat je het geld tegen de officiële koers hebt ingewisseld. En als je dan 60 cent in plaats van 20-25 cent op de zwarte markt per dinar moet betalen, zijn je centen zo op. Alleen olie en benzine zijn erg goedkoop met 3 en 2 dinar per liter. Sterke drank is daartegenover ontzettend duur. Wat dacht je van een jonge jenever van 24,- per 2 cl glaasje. Daar onze diners bijna op waren, besloten we naar Manfred Wenderoth in Constantine te rijden en vervolgens naar Tunesië. We hadden Manfred leren kennen in Adrar. Deze sympathieke Duitser Is boekhouder bij de Algerijnse fabriek van Liebherr bulldozers en graafmachines. We kregen in het Liebherr kamp, waar nog vele Duitsers wonen die de Algerijnen helpen de fabriek te runnen totdat deze volgend jaar geheel door de Algerijnen wordt overgenomen, een prachtige woning, compleet met wasmachine en ijskast, wat vooral voor Els een genot was. We konden zo lang blijven als we wilden. Daar In het kamp een kantine was met een uitstekende keuken, waar de prijzen zeer acceptabel waren, besloten we een kleine week te blijven en van daaruit enkele uitstapjes in de omgeving te maken. Zo zijn we bijvoorbeeld een dagje naar de oude Romeinse vesting Timgad gaan kijken. Deze stad is werkelijk zeer goed bewaard gebleven. Heel wat anders dan die paar zielige fundamenten die in Nederland af en toe worden blootgelegd. As ik het thermen-museum in Heerlen dat miljoenen gekost heeft bekijk, en dat vergelijk met wat daar nog over is, moet ik lachen om die domme Hollanders (met excuses aan de chauvinisten). Ook werd met de vrouw van een Nederlands echtpaar een dagtrip naar een apenkloof gemaakt. Hier leven tientallen apen in het wild. Deze komen het brood uit je handen halen. Dat je goed op je brood moest passen, merkte ik toen ik even het brood naast me legde om een foto te maken. Een heel klein aapje, qua lengte de helft van het brood, nam dit, tilde zich bijna een breuk hieraan, maar verdween wel ermee in de bomen. Na deze heerlijke dagen, zetten we koers naar Tunesi.

 

5

6

 

 

 

 

 

 

 

 

De laatste dag dat ik met verbazing kon kijken naar de ongelooflijk oude auto's die in Algerije rond rijden. De meeste auto's zijn uit de vijftiger en zestiger jaren, terwijl je de hele ontwikkeling van Peugeot vanaf 1950 kunt volgen. 

 

7

De grensovergang naar Tunesië was geen enkel probleem, we moesten wel een half uur rijden tussen de Algerijnse en de Tunesische grenspost. 's Avonds overnacht in een jeugdherberg in Menzel-Bourguiba. De uiterst vriendelijke, al vrij oude herbergvader was kennelijk helemaal in zijn nopjes met Els, hij kuste voortdurend haar hand en vroeg bij het eten alleen aan haar of ze genoeg had. Zei het kreng ook nog ja, terwijl ik best nog wat gelust had. In Tunesië zijn de vrouwen weer veel vrijer dan in Algerije. Bijna niemand liep meer gesluierd en je zag zelfs af en toe een vrouw in een drinkgelegenheid. Ook het eten Is er goed en goedkoop, vooral als je de restaurantjes binnengaat waar de Tunesiërs zelf eten. De tweede dag in Tunesië reden we naar Hammamet waar we Tom weer zouden ontmoeten die die dag jarig was. Met hem die avond op een zeer gepaste wijze zijn verjaardag gevierd, waarbij we vergast werden op een werkelijk uitmuntend diner. De laatste 5 dagen hebben we gestaan op een camping in Nabeul. Behalve met kleine tochtjes in de omgeving per motor, brachten we onze tijd door met zwemmen en wandelen, terwijl we ook een keer kameel gereden hebben. Met enkele Duitse motorrijders die ook in het zuiden van Algerije waren geweest hebben we nog enkele leuke dagen doorgebracht. Tevens troffen we op die camping een Duitse arts die op een BMW R8OGS naar Zuid-Afrika wilde, dit samen met zijn vriendin en een vriend die hem in een Toyota terreinwagen vergezelden. Dat hij een geweldige technische kennis had bleek uit het feit, dat toen men hem om een startkabel vroeg om een motor te starten, hij mededeelde dat hij helaas alleen startkabels voor auto's bij zich had. Ik heb hem nog uitgelegd hoe hij de carburateurs moest afstellen en schoonmaken en hem een aantal van mijn reserve-onderdelen meegegeven. 

 

8

Veel succes vriend! Enkele dagen voor vertrek van de boot naar Genua wilde ik hiervoor de tickets gaan halen. Tot onze grote schrik was er alleen plaats voor ons, niet voor de motor. Na heel heel lang zeuren en argumenteren dat er voor een motor toch altijd wel een plaatsje was, kregen we ons ticket. Dat het hier om een motor met zijspan ging, heb ik maar wijselijk verzwegen. De overtocht liep vrij goed. Alleen jammer dat de meeste Tunesiërs niet tegen het schommelen van een boot kunnen want overal lag en rook je braaksel. Toen we in Genua weer in het ruim bij de motor kwamen, bleek het topkoffer te zijn opengebroken en dat hieruit e.e.a. was verdwenen. Met veel moeite kwamen we bij de kapitein waar we aangifte deden. Om ons eraan te herinneren dat we weer in Europa waren, werden we meteen vergast op een heuse wolkbreuk. De terugreis hebben we in drie dagen gedaan omdat we via vrienden in Turijn en Zürich gereden zijn. Van deze drie dagen heeft het twee dagen constant geregend, m.u.v. op de San Bernardino, hier sneeuwde het. Dit mocht echter de pret niet drukken want je bent toch wel blij als je na zes weken weer thuis komt. Terugkijkend op wat we beleefd hebben, kunnen we zeggen dat we een vakantie hebben gehad, die weliswaar niet goedkoop was, maar die we ook nooit zuilen vergeten. Van de zeven fotorolletjes van 36 opnamen is helaas n rolletje (Marokko, deel Algerije met o.a. Els in het ziekenhuis) zoekgeraakt bij de ontwikkelcentrale van de MIRO. We hebben prachtige stukken natuur gezien, de mentaliteit van de Arabieren een heel klein beetje leren kennen, deze is ons overigens 200% meegevallen, terwijl we ons kunnen voorstellen hoe rijders van bijv. Parijs-Dakar zich af en toe moeten voelen. We hebben er spijt van dat we net enkele dagen langer in Marokko zijn gebleven en vinden het jammer dat de Algerijnse regering de verplichte omwisselsom heeft ingesteld. Volgens ons worden een hoop toeristen er hierdoor van weerhouden naar Algerije toe te gaan. De wegen zijn volgens mij op de pistes na met elke solo-motor te berijden. We hebben tijdens onze reis bijna 11.000 km gereden. Het benzineverbruik bedroeg gemiddeld 1 op 10 (900 cc blok met cardan van 500 cc motorfiets, dus veel kracht maar ook snel hoge toeren). Behalve bij het olie verversen. hebben we in totaal 3 liter olie bijgevuld wat volgens mij zeer goed is. Ik moet mijn BMW absoluut een pluimpje geven. Als ik bekijk hoe zwaar hij het af en toe heeft gehad, enorme temperaturen en dan vooral het zand is het ongelooflijk dat er niet meer kapot is gegaan. Alleen het versnellingsbaklager en alle vering is kapot terwijl de velg van het zijspan gedeukt is en ook het zijspanframe iets verbogen is door de enorme klappen. Tijdens de reis werden 3 achterbanden, de voorband en de zijspanband totaal kaal gereden (waren allen nieuw of bijna nieuw). Hoewel de ANWB zei dat onze inentingen voor Algerije niet nodig waren, waren we hier erg blij mee, want een arts vertelde ons dat er nog veel gevallen voorkomen van cholera, tyfus, malaria en geelzucht, ook al wordt dat ten zeerste bestreden door de Algerijnse regering. Mocht een van de lezers ooit van plan zijn eenzelfde reis te ondernemen, wil ik hem zeker behulpzaam zijn met het kiezen van een route, terwijl ik zeer waarschijnlijk een leuk aantal tips kan geven die hierin natuurlijk niet allemaal vermeld konden worden.